Per dit schooljaar is de zogeheten studiecheck verplicht geworden voor alle universiteiten en hogescholen. Met de studiecheck bekijkt een universiteit of hogeschool of de student past bij de studie om aankomende studenten bewuster te laten kiezen en uitval te voorkomen. Van alle eerstejaars studenten stopt ongeveer 27% binnen de eerste vijf maanden met zijn of haar studie en dat kost de overheid ongeveer 7 miljard euro per jaar. Aangezien ik denk dat elke scholier zeer bewust zijn vervolgopleiding kiest en het moment van kiezen op de middelbare school plaatsvindt, vraag ik mij af of het probleem niet bij het voortgezet onderwijs ligt in plaats van bij de scholier.

Is het voortgezet onderwijs een goede springplank voor (creatieve) beroepen?

Voor elke schoolperiode is het denk ik wel duidelijk waarvoor het dient en waarom het de opzet heeft die het heeft. Beginnend bij de peuter- en kleuterschool leren we, heel simpel gezegd, omgaan met elkaar. Je leert dat er andere mensen zijn, je maakt vriendjes, leert samenwerken etc. Ik denk dat we kunnen stellen dat je dat je hele leven van pas komt.

 

Op de basisschool leer je je basisvaardigheden van lezen en schrijven tot rekenen en wat basiskennis van aardrijkskunde, geschiedenis en talen. Daarvan denk ik ook dat je dat je hele leven wel gebruikt. Na je middelbare school ga je een vakopleiding doen die je als het goed is opleidt voor het beroep dat je later wilt gaan uitoefenen. Tot zover is alles logisch.

 

Daartussen zit de middelbare school die een brug vormt tussen je basiskennis en je vervolgopleiding. Het is de tijd waarin je gaat puberen en je de ene dag in het fietsenhok met een meisje zoent om de dag daarna weer met de lego te spelen. In die periode moet je gaan uitvinden wat je wel en niet kan, wat je wel en niet leuk vindt, waar je talenten liggen etc. Je zou haast denken dat het een periode is van spelen, experimenteren en ontdekken tot je weet waar jouw passie ligt.

Het ontdekken van je talent is ondergeschikt aan het halen van voldoendes op je rapport ongeacht wát je talent is.

Helaas. De middelbare school is juist ingericht voor precies het tegenover­gestelde. Je moet verplicht vakken volgen op verplichte tijdstippen op verplichte locaties. En niet alleen maakt het niet uit of je het wel of niet leuk vindt en er wel of geen talent voor hebt, er wordt ook veel waarde gehecht aan hoe goed je alle vakken doet. Het ontdekken van je talent is ondergeschikt aan het halen van voldoendes op je rapport ongeacht wát je talent is.

Zo had ik in de brugklas een Daniëlle bij mij in de klas die tijdens wiskunde de meest onmogelijke vragen stelde. Ze lette op, deed haar best, maar had duidelijk totaal geen idee waar ze mee bezig was. In dat stadium was het al duidelijk dat ze nooit ingenieur of programmeur zou worden en dat wiskunde niet iets was waar ze talent of plezier in zou kunnen hebben. Ik weet wel dat ze een eigen manier van dansen had die mij opviel tijdens de schoolfeestjes. Sommige mensen hebben een jaloersmakend gevoel voor ritme en beweging.

 

Als er ruimte zou zijn geweest om te ontdekken wat ze wel of niet kon, zou ze misschien iets met dans of choreochrafie hebben kunnen doen. Maar in plaats van tijd besteden om uit te vinden waar haar talenten lagen, kreeg ze elke week bijles voor wiskunde om een voldoende te halen op d’r rapport. Bij mijn weten is dat nooit gelukt.

Er was ook een Maaike die iets overgewicht had. Die was verplicht om met gymles de 100 meter sprint in zoveel seconden te lopen voor een voldoende. Dat kind was met haar hele ziel en zaligheid drie dagen onderweg om vervolgens te horen te krijgen dat ze - hoe kon het ook anders - een onvoldoende had gehaald en of er vakken waren waarmee ze de boel kon compenseren. Ik kon mij dan oprecht afvragen waarom niemand inzag dat
in plaats van haar prestaties misschien het schoolsysteem niet voldeed.

Als ik een dag niet aan het klooien was tekende ik strips tijdens de lessen in afwachting van de tekenles.

Ook mijn eigen middelbare schoolperiode was geen race naar voldoendes. Als ik een dag niet aan het klooien was tekende ik strips tijdens de lessen in afwachting van de tekenles. Ondertussen maakte ik wel de omslagen voor de schoolkrant, ontwierp ik posters voor de schoolmusicals en hingen er door het gebouw ‘kunstwerken’ die ik met handvaardigheid in elkaar had gezet. Toch heeft niemand in de acht jaar dat ik op de middelbare school zat zich afgevraagd of ik niet naar de kunstacademie of de grafische school zou moeten gaan. Het enige dat ik hoorde was dat ik een onvoldoende stond voor handelswetenschappen (of elk willekeurig ander vak).

Klooien: de R van Rietlanden vervangen door een W zonder dat iemand het doorheeft.

Ik kan mij dus goed voorstellen dat een groot deel van de eerstejaars een studie kiest die niet bij hem of haar past. Dat is niet omdat ze niet bewust kiezen of omdat ze geen passie of talent hebben, maar omdat ze nooit ontdekt hebben wát hun talent is.

 

Er zijn maar weinig scholieren die aan het einde van de middelbare school weten waar hun passie ligt of wat ze kunnen. Misschien kunnen sommige nog een richtingscoëfficiënt berekenen op een punt van een parabool (behalve Daniëlle, die kan nu misschien net een x-as tekenen), maar behalve het onthouden van wat trucjes, leer je er vooral zo efficiënt mogelijk voldoendes halen.

 

Ik denk dat heel veel talent verloren gaat op de middelbare school en dat kan nooit goed zijn voor de creatieve beroepen. Een studiecheck zal niet zorgen voor een betere studiekeuze. Een betere opzet van het voortgezet onderwijs wel.

Ook een mening?

Praat mee via het bekende kanaal.